Door Marlana Leeflang
Vandaag was het atelier een levende studie in contrasten. Een les in hoe een enkele handeling – het verven van stof – op volstrekt verschillende manieren kan worden uitgevoerd, en hoe beide manieren even essentieel zijn.
Aan de ene kant van de ruimte: Anja. Haar bewegingen zijn chirurgisch precies, elke beweging een doordachte uitspraak. Ze werkt met een geheime techniek, een recept dat alleen in haar hoofd bestaat. De bloemen die ontstaan zijn onmiskenbaar, bijna iconisch. Maar ik zie de spanning in haar schouders, het ongeduld in haar blik. Alsof het resultaat haar achtervolgt, en het proces zelf een hindernis is die snel moet worden genomen. Het is een jacht op perfectie, maar de schoonheid die dat oplevert is van een verblindende, bijna onnatuurlijke helderheid.
Aan de andere kant: Marleen. Gehurkt bij haar potten, als een alchemiste uit een vergeten tijd. Zij heeft geen haast. De chaos op haar werkblad is geen wanorde, maar een ecosysteem. Kruiden, oerpigmenten, een oud overhemd dat smeekt om een tweede leven. Zij verft met stoom, tijd en toeval. Haar proces is een gesprek, geen dictaat. Het resultaat is niet vooraf bepaald; het ontvouwt zich, aards en bescheiden.
Twee werelden. Eén ruimte.
En ik? Ik besef dat ik beide in me draag. Het verlangen naar Anja’s precisie, haar beheersing, de kracht van een heldere visie. Maar ook de heimwee naar de tijdloze, organische overgave van Marleen, waarbij het proces heiliger is dan de uitkomst.
Misschien is dit het geheim van ons atelier. Dat we niet één waarheid hebben, maar een spectrum. Dat we elkaar niet beconcurreren, maar aanvullen. Anja’s ongeduld herinnert ons aan de urgentie van een idee. Marleens traagheid herinnert ons aan de wijsheid van de aarde.
De blauwe vlekken van gisteren zijn opgedroogd. Vandaag zijn er nieuwe kleuren bijgekomen. Het atelier ademt. En ik leer: schoonheid heeft vele gezichten, en zij ontstaan allemaal tussen geduld en ongeduld, tussen chaos en precisie, tussen het geheim en het gesprek.
— M.